19 maart 2021

Acht jaar testen op straat: van leren naar oogsten

De Praktijkproef Amsterdam heeft tussen 2013 en 2021 in drie fasen innovatieve proeven ‘op straat’ uitgevoerd – zeven pilots in en met het echte verkeer. In dit artikel zetten Harry van Ooststroom, Hans Kramer en Marco Schreuder, allen vanaf 2012 betrokken bij de Praktijkproef, de proeven en resultaten op een rij. Wat is de nalatenschap van het programma en wat kunnen we ermee?

 

In het interview met Ronald Adams kwam het al voorbij: de start van de Praktijkproef Amsterdam dateert van 2006, vijftien jaar geleden alweer. In de eerste jaren was van testen op straat nog geen sprake. De focus lag op het uitwerken van het concept gecoördineerd netwerkbreed verkeersmanagement, GNV, en op het ontwikkelen van de benodigde systemen en modules. Er werd gaandeweg ook steeds meer gediscussieerd over de scope en aanpak van het project. De invloed van in-carsystemen op de situatie op de weg werd groter. Was het nog wel zinvol om de Praktijkproef alleen op sturing vanuit de wegkant te richten?

Die discussies leidden in 2011 tot het zogenaamde Doorstartplan. De opdracht voor de Praktijkproef Amsterdam werd daarin verruimd met een extra ‘spoor’: naast de proef rond gecoördineerd netwerkbreed verkeersmanagement (wegkantspoor), kwam er een proef met in-carverkeersinformatiediensten (in-carspoor). Het idee was om die sporen in een tweede fase samen te brengen. Belangrijkste doel: het verkeersmanagement van het wegkantspoor en de verkeersinformatie van het in-carspoor in één lijn krijgen en ervoor zorgen dat beide sporen elkaar aanvullen en versterken. Uiteindelijk is er zelfs een fase 3 aan toegevoegd om tot integratie van wegkant, in car en ook car (voertuig zelf) te komen.

Die ‘brede’ aanpak heeft een mooie erfenis aan oplossingen en resultaten opgeleverd. In deze bijdrage vatten we de belangrijkste daarvan kort samen.

Lees verder in NM Magazine, door hier te klikken.