02 april 2021

Over de moeizame overgang van proef naar praktijk

De overgang van proef naar praktijk gaat zelden vanzelf. In de laatste fase van de Praktijkproef Amsterdam is daarom bewust gewerkt aan het consolideren van de resultaten en lessen. Waarom is die overgang eigenlijk zo lastig? En wat kunnen we doen om de weg van testen naar toepassen te effenen? De Praktijkproef Amsterdam leert dat toepassen veel meer is dan het opschalen van een vernieuwing – het is vooral ook het opschudden van de staande praktijk.

 

Er zijn heel wat maatschappelijke vraagstukken die dringend om nieuwe antwoorden vragen. Hoe krijgen we de wijk aardgasvrij, hoe maken we steden bestand tegen klimaatverandering of, dichter bij huis, hoe realiseren we smart mobility? Bij dit soort complexe vraagstukken zetten overheden steeds vaker leren door doen in. Zo’n proeftuin, pilot, living lab of praktijkproef levert steevast interessante inzichten en lessen op. Maar dan? In zijn oratie ‘Smart mobility and societal challenges’ in 2016, aan de TU/e, verwoordde Hans Jeekel de gevoelens van velen: “Many pilots were made, but scaling up failed.”

Nu moet je soms wat verder kijken dan de proef. Diverse in de Prak- tijkproef Amsterdam ontwikkelende concepten en instrumenten wor- den intussen breder toegepast, binnen en buiten de regio Amsterdam. Maar het gevoel blijft dat de geboekte resultaten in zowel de Praktijk- proef Amsterdam als andere smart mobility-proeven nog onvoldoende optellen tot een transitie naar duurzame en slimme mobiliteit. Kleinschalige vernieuwing alleen is niet voldoende, we willen doorgroeien naar grootschalige toepassing. Smart mobility Dutch reality luidt de slogan, maar zo breed en nationaal is die realiteit nog niet.

Lees het hele artikel hier.