26 oktober 2021

Provincie Noord-Holland: ‘Praktijktesten blijven nodig’

Dat de techniek achter Concorda heel complex is, weten projectleiders smart mobility Boris Kock en John Steendijk van de provincie Noord-Holland als geen ander. Net als dat de praktijk weerbarstiger is dan de tekentafel: ‘Door nu uitvoerig te testen, weten autofabrikanten en wegbeheerders welke technische keuzes ze in de toekomst moeten maken. Zodat iedereen slim, schoon en veilig kan blijven reizen.’

Dat testen gebeurde in Duitsland, België, Spanje en Frankrijk én in Nederland in het centrum van Amsterdam en op de provinciale en rijkswegen rondom Schiphol. Kock: ‘We bereiden ons op deze manier voor op de toekomst. Wij als wegbeheerder willen onze infrastructuur op de juiste wijze inrichten. En automobielfabrikanten willen weten wat de technische mogelijkheden zijn om met die infrastructuur te communiceren.’  

Voor de communicatie tussen de infrastructuur en voertuigen bestaan twee verschillende technieken, legt Kock uit: ‘De eerste is lange afstandscommunicatie via de cloud en het cellulaire netwerk. De tweede is korte afstandscommunicatie direct tussen het voertuig en de wegkant. In Noord-Holland willen we graag op beide technieken zijn voorbereid en daarvoor hebben we een hybride testomgeving ingericht op de wegen rondom Schiphol. Tijdens Concorda zijn beide technieken uitgebreid getest.’

Niets boven de praktijk

Of en hoe de communicatie tussen wegkant en auto’s het beste werkt, werd tussen het normale verkeer onderzocht met partners Fiat Chrysler Automotive (nu Stellantis) en NXP: ‘Mijn ervaring met dit soort zaken is dat je simpelweg moet testen, testen en testen’, vertelt Steendijk. ‘Ook al denk je vooraf heel goed na en spreek je standaarden af: als je verschillende systemen en situaties test, kom je altijd onvoorziene zaken tegen. Dit kan bijvoorbeeld gaan om punten en komma’s in de berichten, die auto’s en verkeerlichten met elkaar uitwisselen, waardoor het misgaat. Dat we dat zelfs over onze landsgrenzen heen hebben kunnen testen, is een van de meest waardevolle dingen van Concorda.’

Dat ook over de grens bij elkaar in de keuken gekeken kon worden, leverde veel inzichten op. Kock: ‘Fabrikant Fiat Chrysler had bijvoorbeeld een heel ander idee bij hoe je verkeerslichten instelt dan wij. Via aannames en discussies duurt het wel even voor je dezelfde taal spreekt. Maar dat is wel heel belangrijk, want er rijden hier niet alleen Nederlandse auto’s. Extra complex is dat de Nederlandse verkeersregelingen heel dynamisch zijn en zelfs behoorlijk uniek in de wereld. Ze worden iedere seconde opnieuw berekend. Dus als je aan zo’n systeem voorspelbaarheid wilt toevoegen, kost dat veel denk- en puzzelwerk.’

Gezamenlijk optrekken

De provincie Noord-Holland ontwikkelde de Nederlandse pilotomgeving samen met Rijkswaterstaat en de gemeente Amsterdam: ‘Van die samenwerking hebben we heel veel geleerd. Het is echt nodig dat je met elkaar praat en de apparatuur ziet waarvoor je het bedenkt. Ook dat we technische overleggen met andere pilotsites uit Europa hadden gaf veel inzicht. Deze werden georganiseerd door ERTICO – ITS Europe, de coördinerende organisatie van Concorda. Als je langer met mensen praat, hoor je zo veel.’ Steendijk vult aan: ‘En je spreekt de juiste mensen. Niet de marketeers met het mooie verhaal, maar de techneuten die echt met de techniek bezig zijn.’

Hoewel Concorda inmiddels is afgerond, kijken Kock en Steendijk enthousiast naar mogelijke vervolgstappen. Steendijk: ‘We hebben een mooie testomgeving waar veel mogelijk is. Dat is ontzettend bruikbaar voor fabrikanten en andere partijen om te kunnen testen. Het heeft ons als provincie Noord-Holland veel opgeleverd, dus we willen het graag in de lucht houden. Het liefst samen met de andere wegbeheerders in onze regio om een zo aantrekkelijk mogelijke testomgeving te bieden.’

Kock: ‘Autofabrikanten denken bovendien Europees en verwachten eigenlijk dat Nederland als geheel te benaderen is. Dus als je het hebt over cybersecurity, dan verwachten ze dat dat op één manier geregeld is. Dat is nu nog niet het geval, net als overigens in bijna alle andere landen. Daarom blijft het noodzakelijk met wegbeheerders en industrie samen te werken in praktijkprojecten.